|
Er was eens...
een weesjongen die door de weeshuis’vader’ verkocht werd aan een
begrafenisondernemer en zijn vrouw. Zij waren niet goed voor hem en gaven
hem kliekjes van de hond te eten en ze spotten met de jongen en zijn moeder
die hij nooit had gekend. Daarom liep hij weg en leefde in de straten van
Londen.
Daar ontmoet hij op een dag Dodger. Dodger neemt hem mee naar zijn huis,
waar hij met een heleboel andere kinderen samenleeft onder de hoede van
Fagin. In ruil voor een dak boven hun hoofd en wat eten, gaan de kinderen
alle dagen stelen in de straten van Londen. Terwijl Oliver leert
portefeuilles en zijden zakdoeken stelen, wordt hij opgepakt door een agent.
De vriendelijke heer waarvan Dodger de portefeuille wou stelen, neemt Oliver
mee naar huis.
Maar zijn nieuwe vrienden zien het niet zitten dat ze zouden verraden
worden. Vooral Bill Sikes, die al volwassen is maar nog steeds steelt voor
Fagin, en waarvoor iedereen bang is omdat hij voor niets terugdeinst, is
razend bij het idee verraden te worden door een kleine snotneus. Samen met
Nancy, die hem heel graag ziet en ook een ‘kind’ van Fagin is, haalt hij
Oliver terug.
Maar Nancy, die in Oliver zichzelf herkent als klein meisje, heeft spijt dat
ze hem terug weggehaald heeft van een plaats waar hij beter zou kunnen
opgroeien als in de straten van Londen. En ze besluit hem terug te
brengen...
Maar Bill heeft dat verwacht. Onder
een brug wacht hij haar op en steekt haar neer. Verbijsterd om wat hij deed
vlucht Bill met Oliver maar wordt door de menigte met de politie
tegengehouden. Bill sterft, en Oliver kan voorgoed naar Brownlow, die als
bij wonder zijn oom blijkt te zijn. En Fagin… Fagin begint een nieuw leven
met Charly… Terug naar vorige pagina
|