|
Dit verhaal gaat
over twee mensen, twee mannen die met mekaar
optrekken en aan mekaar overgeleverd zijn,
George en Lennie. Ze hebben alleen mekaar. Als
een twee-eenheid trekken ze rond van boerderij
naar boerderij : de ene simpel, kinderlijk,
zintuiglijk, grenzeloos en met de eenvoudige
logica van een kind, de andere zorgend,
verantwoordelijkheid dragend, bemiddelend.
Als ons verhaal
begint zijn ze op weg naar een nieuwe hoeve,
nadat ze wegliepen van de vorige waar Lennie in
al zijn naïviteit in de problemen is gekomen.
Ze komen terecht
in een kleine gemeenschap waar de baas een
vechtgrage verwende zoon heeft, waar de vrouw
van de baas te veel alleen is, waar de
eenzaamheid van de mannen soms zwaar doorweegt
en het verlangen naar vriendschap groot is, waar
gedroomd wordt van een beter leven. In die
gemeenschap gaan ze aan het werk met één groot
doel voor ogen : een eigen lapje grond krijgen.
En even lijkt het lot zelfs mee te zitten...
Maar dan, op een
rustige zondagmiddag, komt de vrouw van de zoon
in de stal bij Lennie. Een treiterend gesprek
mondt uit in een moord. Terug moeten Lennie en
George op de vlucht. Maar niet voor lang. George
beseft dat Lennie hard zal aangepakt worden voor
deze moord, harder dan Lennie zal kunnen dragen.
Hij schiet Lennie neer, liever deze korte dood,
dan hem te laten veroordelen door een
wraakzoekende bende. |