Intern | Sitemap | Zoeken

Van Muizen en Mensen

Ons huis... wel... Vier hectaren groot. Er is een kleine windmolen. Een schuurtje. Een kippenhok. En een tuin voor groenten. Een boomgaard met kersen, appels, perziken, abrikozen, noten en wat bessen... Een lap grond voor klaver. En heel veel water om het te besproeien. Een varkenskot is er...

Er is geen konijnenkot, maar ik kan er één timmeren en gij kunt de konijnen klaver voeren. En we zouden een paar varkens kunnen houden. En ik zou een rookhuisje kunnen bouwen en als we een varken slachten zullen we daar ’t spek en de hesp roken. En als het fruit rijp is kunnen we het inmaken, en tomaten ook. En elke zondag een kip of een konijn in de pot. Misschien hebben we ook een geit of en koe en dikke room ervan, Lennie – goeie God, ge kunt ‘m met een mes snijden.

We zouden  leven van ons land... Van de groenten in de tuin, en als we wat drank willen, dan verkopen we eieren en wat melk.

En nooit meer in zo’n stinkbarak slapen.

We zouden een kamer hebben voor onszelf. Er staat een rond ijzeren kacheltje en in de winter houden we ’t vuur aan. Er is niet teveel land, we moeten ons dus niet afsloven. Misschien maar een uur of zes, zeven per dag. En als we zaaien, wel, dan zijn we er ook om te oogsten. Dan weten we wat er van onze planten terecht komt.

(citaat George)

Terug naar vorige pagina


Vragen of opmerkingen | ©opyright & privacy  | Inschrijven op nieuwsbrief  | Maak van deze webstek jouw startpagina
Laatst gewijzigd: 13-aug-2006