|
||||
Scrooge |
||||
|
Marley was dood, daarrond bestond niet de minste twijfel. Al zeven jaar was hij dood, maar Scrooge, zijn compagnon gedurende lange jaren had nooit de naam boven de deur van de zaak laten weghalen. Scrooge wist natuurlijk dat Marley dood was. Hoe kon het ook anders ? Scrooge had de akte van zijn begrafenis getekend. Hij was zijn enige executeur, zijn enige administrateur, zijn enige erfgenaam en de enige rouwdrager. En Scrooge was zelfs zo weinig aangegrepen door het droeve gebeuren, dat hij zich dezelfde dag nog, als een voortreffelijk zakenman, trakteerde op een voordelige transactie ! Hij was een uitzuiger, die Scrooge ! Een knijpende, wringende, schrapende, graaiende, hebzuchtige oude zondaar ! Hard en scherp als vuursteen, waaruit nooit enig staal een vonk had geslagen - heimelijk, eenzelvig en eenzaam als een oester. De koude die in hem was, verstijfde zijn trekken, verscherpte zijn puntige neus, rimpelde zijn wangen, verstramde zijn gang, maakte zijn ogen rood, zijn dunne lippen blauw en sprak bijtend uit zijn snerpende stem. Hij droeg zijn vriestemperatuur overal met zich mee, zelfs in de kerstdagen. (verteller uit scrooge) |
||||
| ||||